Partnerpensioen en wezenpensioen
Partnerpensioen
Voor uw partner is 35% van het salaris dat meetelt voor uw pensioen (uw ‘pensioengevend salaris’) verzekerd. Uw partner krijgt partnerpensioen na uw overlijden, zo lang uw partner leeft.
Gaat u uit dienst? Dan loopt de verzekering 6 maanden door (tenzij u ergens anders pensioen gaat opbouwen). U kunt ervoor kiezen de verzekering door te laten lopen na die 6 maanden. U betaalt dan zelf de premie voor de verzekering.
De verzekering kán langer dan 6 maanden doorlopen nadat u uit dienst bent gegaan als u een WIA-uitkering, werkloosheids- of Ziektewetuitkering krijgt.
Wie zien wij als partner?
- Degene met wie u getrouwd bent voor uw pensioen ingaat
- Degene met wie u geregistreerd partnerschap bent aangegaan voor uw pensioen ingaat
- Degene met wie u samenwoont voor uw pensioen ingaat.
Uw partner kan geen (klein)kind of (groot)ouder zijn. Lees verderop deze pagina wat de extra voorwaarden zijn als u samenwoont.
Bent u getrouwd, of geregistreerd partner? Dan krijgen wij automatisch door wie uw partner is. Woont u samen of bent u in het buitenland getrouwd, dan kennen we uw partner niet automatisch. U moet dan zelf aan ons doorgeven wie uw partner is. Uw partner kan ook na uw overlijden laten weten dat u samenwoonde of in het buitenland getrouwd bent.
U ziet op uw pensioenoverzicht of er bij ons een partner bekend is en wat er in uw geval voor uw (toekomstige) partner geregeld is.
Wezenpensioen
Een kind heeft recht op wezenpensioen tot het 25 jaar is. Het wezenpensioen is 10% van het salaris dat meetelt voor uw pensioen (‘pensioengevend salaris’). Als u uit dienst gaat, geldt voor het wezenpensioen hetzelfde als voor het partnerpensioen.
U ziet op uw pensioenoverzicht wat er in uw geval voor elk kind geregeld is.
Bekijk het verzekerde en verwachte nabestaandenpensioen
Het nabestaandenpensioen staat op het pensioenoverzicht dat we elk jaar voor u maken. U ziet de bedragen ook als u inlogt op deze website.
Lees meer: Keuzes die u kunt maken als u uw pensioen laat ingaan
Lees meer: Zo meldt u uw partner aan
We passen het partner- en wezenpensioen als het is ingegaan elk jaar aan.
Lees meer over het aanpassen van de pensioenen
Voorwaarden voor het partnerpensioen als u samenwoont
- Uw partner is 18 jaar of ouder.
- U en uw partner voeren een gezamenlijke huishouding (u woont samen).
Verder moet u voldoen aan ten minste één van de volgende voorwaarden:
· u en uw partner hebben bij de notaris een samenlevingscontract ondertekend en opgestuurd
· u en uw partner hebben samen een samenlevingsverklaring ondertekend, waarin u beiden verklaart op hetzelfde adres te wonen en voor elkaar te zorgen
· uw partner stuurt na uw overlijden een 'eenzijdige' samenlevingsverklaring naar het pensioenfonds. Deze is alleen ondertekend door uw partner. Uw partner moet dan aan kunnen tonen dat u een gezamenlijk huishouden had.
Na uw overlijden kan uw partner aantonen dat u een gezamenlijk huishouden had op de volgende manieren:
- Als u beiden minstens zes maanden op hetzelfde adres stond ingeschreven, of
- Als u samen een kind heeft
- Als u of uw partner het kind van de ander heeft erkend als kind
- Als u gezamenlijk een huis had
- Als u een huurovereenkomst heeft die op uw beider naam staat.
- Als u in de pensioenregeling van uw partner staat aangemerkt als partner
Had u in de oude pensioenregeling een partnerpensioen en/of wezenpensioen opgebouwd?
Had u in de pensioenregeling die tot 1 januari 2026 gold een 'opgebouwd partner- en/of wezenpensioen' staan? Dan hebben we berekend wat de waarde was van dat partner- en/of wezenpensioen. Deze waarde is vertaald naar een kapitaal in de huidige pensioenregeling. We beleggen dit kapitaal voor u. Komt u te overlijden voor u met pensioen bent gegaan? Dan levert dit kapitaal een uitkering op, bovenop het verzekerde partner- en wezenpensioen in de huidige pensioenregeling.
Neemt u uw pensioen mee naar een ander pensioenfonds of een verzekeraar? Dan wordt dit kapitaal toegevoegd aan uw eigen kapitaal voor pensioen. Het levert dan geen (extra) partner- of wezenpensioen meer op.
Partnerpensioen als u met pensioen gaat
Op het moment dat u uw pensioen laat ingaan, stopt de verzekering. Had u een opgebouwd nabestaandenpensioen dat is omgezet naar een kapitaal voor een nabestaandenpensioen (bovenop het verzekerde nabestaandenpensioen)? Dan wordt dit kapitaal toegevoegd aan uw kapitaal voor pensioen. U kunt een deel van dit kapitaal voor pensioen gebruiken voor een partnerpensioen.
Standaard zorgen we ervoor dat er een partnerpensioen is dat 70% is van het pensioen voor uzelf. U kunt kiezen voor een hoger, lager of geen partnerpensioen. Heeft u geen partner? Dan kunt u het kapitaal volledig gebruiken voor een pensioen voor uzelf.
Er is geen wezenpensioen nadat u met pensioen bent gegaan.